home | dagboek | contact | donaties English    
   

 

Eys, 18 februari 2008

Bezoekers van het Livingstoneconcert,
Vrienden en fans van het Livingstoneproject,

Op 19 januari j.l. genoten wij samen met velen van u van een geweldig concert in de St. Agathakerk in Eys. Het concert gold als officiële afsluiting van de Livingstone-expeditie van Ben de Ponti in Malawi. Het orkest, de koren en solisten onder de bezielende leiding van Wim Vluggen brachten ons een verrassende mix van klassieke, moderne en Afrikaanse muziek. Uit uw enthousiasme tijdens en de ontvangen reacties na afloop van de uitvoering mogen wij afleiden dat het een bijzonder geslaagde avond was. Mede door uw aanwezigheid en de steun van de donoren en sponsoren kunnen wij deze activiteit afsluiten met een positief resultaat van ca € 8.500. Dit bedrag komt volledig ten goede aan het Sonda Youth and Community Development Centre in Mzuzu, Malawi.
Voor nadere informatie over het Sonda-project en activiteiten betreffende het Livingstoneproject verwijzen wij naar:          www.vriendenvanstjohns.nl en deze website.

   

De Limburgers voor Afrika en kinderen van Sonda danken u voor uw belangstelling en steun en hopen u bij volgende activiteiten weer te mogen begroeten.


19 januari 2008

Vrienden en fans van de Livingstone Expeditie,

Op zaterdag 19 januari 2008 vindt er een concert plaats in de St. Agatha kerk in Eys. Dit concert staat in het teken van de officiële afsluiting van de Livingstone Expeditie 2007 van Ben (en Cobi)de Ponti. In het affiche vindt u alle informatie over dit concert. De dirigent van het concert, Wim Vluggen, viert op 19 januari 2008 tevens het feit dat hij 25 jaar dirigent is en hij wil op deze manier zijn verbondenheid met het werk voor de kwetsbare kinderen in Sonda/Mzuzu uiten. In verband met de verwachte belangstelling is het gewenst, dat u zich zo spoedig mogelijk (liefst per email) aanmeldt voor het concert.

U kunt de kaarten reserveren via
j.vonken@hetnet.nl
In verband met het toezenden van de toegangskaarten is het noodzakelijk dat u naam, adres en woonplaats vermeld bij uw aanvraag.

met vriendelijke groet,

namens Stg Limburgers voor Afrika,
John Vonken


28 september 2007

Het is 28 september 19.35 uur.
Twee uur na de
KRO uitzending van De Wandeling. Deel 1 van de Livingstone Expeditie.

Zuster Cecilia belt ons op. Haar stem is geëmotioneerd.
Zr Cecilia is 81 jaar en een van 16 kinderen uit een Friese katholieke familie. Elke keer als we haar opzoeken kijk ik naar het grote familieportret dat aan de muur hangt van haar iets te kleine kamer in huize Beukenstein te Driebergen.
In 1951 verliet ze Nederland om te gaan werken in Nyasaland. Zr. Cecilia vertrok in de wetenschap dat ze nooit meer terug zou keren naar Nederland. In die tijd gingen zusters voor het leven naar de missie. Zij was een van de pioniers die onder moeilijke omstandigheden een missiepost ging opzetten diep in de Malawiaanse bush. Haar leven was dienstbaarheid en met een rotsvast vertrouwen ging Cecilia, 25 jaar oud,aan de slag om mensen te helpen. God was haar drijfkracht, de medemens haar doel. Andere mensen deelgenoot te maken van op zijn minst één van zijn geboden; Bemin uw naaste zoals uzelf. Naastenliefde dus, maar ook begrip en respect voor elkaar.
In 1977 sliepen Cobi en ik voor het eerst in  Nkhamenya, de parochie van de Witte Zusters waar Cecilia werkte . Twee maal per jaar gingen we daar met onze Dental Mobile op outclinic. Honderden mensen wachtten in die tijd op ons om tandheelkundige behandeling te krijgen.
In de katholieke parochie staat de kerk altijd in het midden en is het zustershuis aan de rechter en het patershuis aan de linkerkant. De verhalen van de paters waren altijd ruiger maar we sliepen het liefst bij de zusters, de kamer was beter en aan het eten werd veel zorg besteed. Op de tweede avond nadat de familiegegevens waren uitgewisseld vertelde Cecilia dat ze voor haar roeping dansles had gehad bij dansinstituut H. Adema, oftewel de dansschool van Cobi’s opa. Dochter Truusje hielp haar vader als danslerares.
Diep in de Afrikaanse bush ontmoet je plotseling een persoon, waar je van het eerste moment van houdt, die dansles heeft gehad van je moeder.
Er is een diepe vriendschap ontstaan, niet vanwege de dansschool, dat was gewoon leuk en bijzonder, maar vanwege de menslievendheid en de inspiratie die Cecilia uitstraalde en ons gaf. Maar ook vanwege het inzichtelijk maken van dagelijkse en ingrijpende problemen. Zwart of wit, met of door elkaar, in kleine en grote zin. Naastenliefde en begrip en de mens in zijn waarde laten, zijn nog steeds Zr. Cecilia’s leidraad.
Sinds 1983 kan Cecilia om gezondheidsredenen niet meer in haar Malawi werken. Elke dag denkt ze aan en bidt ze voor Malawi. Maar 24 jaar is een lange tijd en ze denkt aan de gezinnen  waar ze 32 jaar voor en mee heeft geleefd en waar ze zo van houdt. Hoe zou het met deze vaders en moeders en hun kinderen zijn? Zijn ze er nog en zijn ze nog zo vriendelijk en zo goed als ik ze gekend heb? En ze twijfelt en hoopt.

Plotseling is het vrijdag 28 september 2007, 17.10 uur. De KRO zendt De Wandeling uit.
Deze keer volgt Hella van der Wijst Dr. David Livingstone’s expeditie van 1863 mbv een jongen uit Roermond.
En ja , natuurlijk wist Zr. Cecilia dat dit erop kwam en natuurlijk kijkt ze. Maar er is ook twijfel en spanning. Stel je voor dat alles anders is, stel je voor dat de mensen in Malawi zijn veranderd, stel je voor………………..

En dan belt Cecilia, hoe ziek ze ook is, en vertelt hoe gelukkig ze is met Tobias, de begeleider en chauffeur van de KRO crew en de teacher in M’dunga hoe die over het Malawi van Nu vertellen. Ze ziet al die mooie, nieuwsgierige, blije kinderkoppies, kinderen van de kinderen waarvoor Zr. Cecilia gezorgd heeft.  Hoe Hella het land laat zien waar zij en wij zoveel van houden en waarvan we moeten houden want zonder onze hup wordt voor velen het bestaan nog moeilijker.  Zr. Cecilia is blij en gelukkig, haar twijfels verdwijnen. De mens is gelijk hij of zij was, de drijfkracht waar wij op varen is niet veranderd. Cecilia’s werk en dat van anderen, zwart en wit, zal mensen blijven inspireren tot het Goede.
Wie kan het begrijpen, ja , Cobi en ik weten wie. Zij zijn onder ons maar ook al heengegaan.
En als Cecilia belt weet ik dat het, het allemaal waard is geweest. En na bijna vier weken valt er iets van me af. Eén mens, één Zr Cecilia, iemand met zoveel vertrouwen en inzicht, met zoveel liefde voor de medemens, om haar gelukkig te horen aan onze telefoon, dan weet je dat het voor hier en daar goed is geweest.

P.S Ter aanvulling op de uitzending nog even dit:

Het zoontje van Tobias de chauffeur en begeleider van het KRO team kreeg bij zijn  geboorte de naam David Livingstone zoals we in de uitzending zagen en hoorden. Wat een toeval……
Echter toen ik Tobias vroeg wanneer de kleine David geboren was zei hij: ‘In the warm month of October’.
Welke dag vroeg ik hoopvol en ja hoor op 10 oktober de verjaardag van mijn moeder (nu bijna 87).
Het toeval wil dat ikzelf op mijn moeders verjaardag ben geboren……toeval????????


18 september 2007

Met een ruwe schok landt vlucht KL 4141 op Schiphol.
We kijken elkaar vragend aan; weer thuis?
In de aankomsthal wacht ons een uiterst aangenaam en verrassend onthaal door goede vrienden, familie en onze kinderen. Het voelt warm en even zijn we een klein beetje speciaal, net als de mensen om ons heen.
Onwerkelijk is de werkelijkheid. Wat drie maanden geleden begon is nu ten einde.
We praten van de hak op de tak en genieten van elkaar, drinken cappuccino en drinken er nog een.
Op weg naar Zuid-Limburg eerst naar onze lieve moeders in Roermond. Tranen bij het weerzien.
Thuis is het huis versierd. Grote stengels maïs en foto’s van de Livingstone expeditie zorgen nu al voor heimwee.
Het regent, maar vandaag geeft dat niet. Vandaag geeft niets en zijn we blij weer thuis te zijn en dankbaar dat alles goed verlopen is.
De rest van de week regent het ook geloof ik. Iedereen vertelt dat het de hele zomer geregend heeft en dat het een troosteloze tijd was en dat ik niets gemist heb. Als het zo was ben ik blij dat ik het gemist heb.
Vaak sta ik voor het raam en kijk naar de buien die uit het westen komen. Kon ik maar met ze mee varen hoog in de lucht.
Alles is zo groen, alles zo netjes, alles zo overrompelend.
Vele vragen komen op me af: Wat was het meest bijzondere? Was het ’t waard? Waren er veel teleurstellingen? Hoe gevaarlijk was het?  Heeft het opgeleverd wat je had verwacht?… Beduusd moet ik het antwoord schuldig blijven. De optelsommen heb ik nog niet gemaakt. De economie van mijn en later onze reis staat ver van me af.
De buurman heeft de heg tussen onze percelen gekortwiekt. Waar eens een afscheiding was is nu een open ruimte. Ook onze 15 cm dikke kersenboom is verdwenen. Uitgeschoten met de kettingzaag en ik moet denken aan het groepje mannen dat bij Makzuzi in Malawi met hun kleine bijlen een twee meter dikke, dode boom staan om te hakken.
Daar was het heet, hier al bijna guur.
Er is een gelatenheid, het is moeilijk om aan te duiden hoe ik het ervaren heb. Ik vaar er nog midden in maar voel me ook toeschouwer.
Er komen berichten binnen via de mail: Kunt u even een kort verhaaltje schrijven voor ons omroepblad, voor Onze Wereld, voor onze krant, met de hoofdpunten van uw reis?
>Nee, dat kan ik (misschien ‘nog’) niet. Het is te vers en zo veel. Als ik niet oppas vervagen de landschappen waar ik doorheen ben gelopen, de luchten die me begeleidden, en bovenal de mensen waar ik mee samen was en die ik heb ontmoet.
 “Je droom is werkelijkheid geworden”, hoor ik mensen met sprankelende ogen zeggen. Ja misschien wel, maar ik moet verduiveld goed oppassen dat het niet wederom een droom wordt die langzaam wegglijdt.
Bij het boodschappen doen zie ik 12 verschillende Limburgse wijnen te koop aangeboden. Prijzen tussen 8 en 22 Euro per fles. Prachtig. Voor sommige druiventelers een hobby, voor anderen al een bestaan. Toch denk ik dan ook aan Malawiaanse boertjes die twee maal per jaar na hard werken hun tomaten oogsten en naar de markt brengen. Eindopbrengst na aftrek van kosten  8000 Kwacha (40 Euro). Dat is hún bestaan.
Maar ja, hier is hier en daar is daar en daar moeten we het voorlopig mee doen.
Maandagmorgen begin ik weer in onze praktijk. Nog niet in volle glorie, daar ben ik nog niet aan toe. Maar wat is het mooi om de blijdschap van de medewerkers in de praktijk te zien en al die sprankelende ogen van de mensen die een afspraak hebben waarvan velen me met twee uitgestoken handen begroeten De oprechte blijdschap die ze uitstralen als ik vertel dat we geen enge ziektes hebben opgelopen (ik ben 9 kg afgevallen en dan zie je er natuurlijk wel een beetje eng uit) en dat het goed is gegaan. Dat ze mijn beide handen en ik de hunne langer vasthouden zonder dat we het merken, voelt zo goed. Er wordt veel gepraat en mijn programma ligt hopeloos overhoop en iedereen heeft er begrip voor. Niet alleen in Malawi zijn heel veel vriendelijke, fijne mensen.
Goede mensen het was een hele bijzondere ervaring en voorlopig zullen we nog wel een beetje rond blijven zweven. Een beetje van hier en een beetje van daar. Maar is dat ook niet hetgeen waar het om draait: Nieuwsgierigheid, verwondering, beleving met alles erop en eraan, met en voor elkaar.

Wilt u op de hoogte blijven van het vervolg van de Livingstone-Expeditie mail dan uw adres naar:  j.vonken@hetnet.nl 

Ben vertelt over de Livingstone  expeditie:

18 oktober in de kerk van Kunrade (Voerendaal) aanvang 19.30 uur

18 november in het Afrika museum Cadier en Keer om 14.00 uur


Vrijdag 24 augustus 2007

Het KRO TV team van De Wandeling, Hella, Gerrit, Ivo en Maurice is om ½ 6 vertrokken. Bedankt goede mensen voor deze laatste dagen van onze expeditie. Het was een mooie ervaring en Cobi en ik denken dat we allemaal even hard genoten hebben . Alhoewel het jullie werk is (zeer hard gewerkt) waren we heel erg blij met de grote betrokkenheid die jullie uitstraalden. Het was veel meer dan alleen een filmpje maken. Wij, samen met veel mensen in Nederland, doen ons best voor medemensen in Malawi en het doet goed dat het anderen inspireert en meesleurt. Bedankt.

Kijk, luister, voel en stel je de geuren voor tijdens

Televisie: KRO De Wandeling 

Deel 1. Hella in de voetsporen van David Livingstone in Malawi
Vrijdag 28 september om 17.05 uur op Nederland 2, 
hh. op zondag 30 september om 09.35 uur op Nederland 2. 

Deel 2. Hella ontmoet Ben in de voetsporen van David Livingstone
Vrijdag 5 oktober om 17.05 uur op Nederland 2, 
hh. op zondag 7 oktober om 09.35 uur op Nederland 2. 

Website: www.dewandeling.kro.nl

 

En dan zit je daar plotseling en kijkt elkaar eens aan net voor de zon opkomt.

We gaan maar een kopje thee zetten. Mijmeren een beetje, knijpen zachtjes in elkaars hand en denken was het dit?

Nee, dit is een begin van een vervolg expeditie. Je inzetten voor kinderen en mensen die toevallig op een minder bevoorrechte plek op onze aarde zijn geboren.

’s Middags gaan Cobi en ik terug naar Somda om heel rustig met Manfred Gondwe, de manager, door Sonda te lopen , te praten, te vragen en op te nemen.

Het Sonda Youth and Community Development Project wordt in samenwerking met Cordaid door St. Vrienden van St John’s gesteund. St .Limburgers voor Afrika helpt Vrienden van St John’s d.m.v. acties in Eys-Wittem. Zonder deze financiele bijdrages kan het project niet blijven bestaan. Ook daarvoor heb ik en later samen met Cobi de Livingstone Expeditie, opgedragen aan de kinderen van Malawi, gelopen om aandacht en financiële ondersteuning te vragen voor deze groep kinderen in dit gebied net buiten Mzuzu.

Manfred leidt ons rond vertelt en vertelt. Hij is zo enthousiast en trots op al datgene wat er in Sonda gebeurd is de afgelopen twee jaar. Alles ziet er pico bello uit.

130 kinderen onder de zes jaar krijgen nu dagelijks fatsoenlijk te eten. Ze hebben nog steeds een snotneus maar worden op tijd naar het ziekenhuis gebracht als er iets ernstigs aan de hand is.  De producten die door de jongeren tijdens hun opleiding gemaakt worden staan te glimmen in de zon..

Tafels, stoelen en bedden in de timmerwerkplaats, gieters, pannen en teilen bij de tinsmederij, jurken, broeken, stofjassen, kussens en bedspreien in de kleermakerij, planten, bloemen, jonge avocado-en mangobomen in de groenafdeling staan of hangen te pronken in de diverse werkplaatsen.

De docenten en hun assistenten (vrouwen en mannen) staan er trots bij te lachen in hun bruine door Sonda’s kleermakers vervaardigde jassen en overalls.

De waterput is klaar en tweemaal daags wordt een waterpomp door sterke jonge mannen de heuvel afgedragen om water in het 5000 liter grote waterreservoir te pompen.

Nu is er een voortdurende irrigatie mogelijk van de groentetuin en de kwekerij.

Chief Unyolo Lungu heeft na veel beraad met de dorpelingen een nieuw stuk grond aan het project gegeven. Sonda is nu twee hectare groot en het nieuwe stuk zal gebruikt gaan worden voor pluimvee en veeteelt.

Alles wat er gedaan wordt staat in het teken van opleiding van jongeren om hen een toekomst te geven. De producten die voortvloeien uit de opleidingen worden verkocht en zorgen voor inkomsten voor het centrum.

Manfred vertelt vol gloed over de samenwerking met de lokale gemeenschap. Ook daar zijn argwanende mensen die bang zijn dat het centrum hun grond zal afpakken.

Vanuit de gemeenschap zitten er nu ook mensen in het bestuur van Sonda. De donatie van de grond door de Chief is een teken dat er begrip is en dat het goed gaat.

Er is een Sonda voetbalteam dat nu al regionaal speelt. Er wordt een cursus voor volwassenen gestart om te leren lezen en schrijven. Er komt een bibliotheek.

Mensen kunnen komen leren hoe ze hun land op een betere manier kunnen gebruiken.

Het idee om goede muziekinstrumenten in Nederland te verzamelen en naar Sonda te sturen wordt met gejuich ontvangen. Als iemand er nog een heeft?

In een nationale competitie is Sonda een van de drie prijswinnaars geworden. Het is een van de meest belovende kinderopvangcentra in Malawi.

Het voelt zo goed om dit enthousiasme mee te mogen beleven.

We lopen nog even rond. De droge tijd is nu echt aangebroken en toch ontluiken de eerste blauwe bloesems van de yacaranda’s al.

Tegen half zes komt een koude wind uit de Viphya. Het lichaam koelt af maar onze zielen gloeien, hier gebeurd iets moois en dat mogen we niet laten wegglippen.


Donderdag 23 augustus 2007, 12.20 uur

Kuyenda Ndawala kuvwila wana wamasiye ku Malawi tamala 

(The Big Walk dedicated to the children of Malawi is finished) 

waren de eerste woorden die ik met trillende stem en met een pijnlijke scheut door mijn kloppend hart uitsprak toen we in Sonda aankwamen en nu ik dit schrijf springen tranen in mijn ogen.  Als je het leest weet je pas echt dat iets werkelijkheid is. 

Kuyenda ndawala kuvwila wana wamasiye ku Malawi tamala, waren de woorden die Christoffer, Vincent gedurende de tijd dat hij meeliep, ikzelf en de laatste drie weken ook Cobi elke keer weer gebruikten als de mensen onderweg vroegen waarom we daar zomaar vanuit het niets hun dorp kwamen binnen lopen. 

Dit was de tweede keer in deze week dat we een eindpunt bereikten. In de morgen van 19 augustus daalden we de steile helling van Mount Tinde af en om 09.35 uur stonden we op het strand van Mangwina baai, het meest noordelijke punt dat  Dr. David Livingstone in september 1861 in Malawi bereikte.

Daar eindigt de Livingstone expeditie, vier dagen later komen we aan in Sonda het doel waarom het allemaal begonnen is en dat geen einde mag kennen. Daar worden wees- en kwetsbare kinderen opgevangen en begeleid. Sonda is voor deze kleine mensjes hoop op een toekomst. 

De laatste dag begint in St. John’s Hosptial, daar waar Cobi en ik zoveel goede herinneringen hebben. Met een groot spandoek voorop en onder politiebegeleiding zet de groep zich in beweging. De doffe, ritmische klanken van de trommels met de hoge stemmen van de zingende vrouwen dragen ons de laatste 11 kilometer naar Sonda.

De mensen zwaaien, de zon schijnt, de wegen zijn rood en stoffig, het landschap is weids als we in de buurt van Sonda komen.We horen voor de laatste keren de kinderen langs de weg Wazungu roepen en beseffen nog niet dat het echt de laatste meters van de Big Walk zijn als we vlakbij Sonda worden opgenomen door een grote groep zingende, klappende, dansende vrouwen en mannen in kleurige kleren. Onder hen vele bekende gezichten, maar ik mis het blije gezicht van Alice. Alice een van de Sonda vrijwilligsters, 32 jaar, moeder van drie kinderen is opgenomen in het ziekenhuis. Binnen een aantal weken zal ze aan aids overlijden.

Angoni warriors komen dreigend met hun speren en schilden zwaaiend en met woeste gezichten op ons af. Hun dansen zijn om te imponeren en de tegenstanders uit oorlogen lang geleden angst in te boezemen.

We ondergaan de aankomst in een roes, een mengeling van blijdschap en diepe rust.

Er volgen speeches en lofzangen. Het eerbetoon kent geen grenzen. Gelaten onderga ik het. Als ik even kan ontsnappen zie ik twee kleine mannekes op een trapje zitten. Ze kijken me lang en doordringend aan. Ze zeggen niets als ik vraag hoe ze heten en blijven maar kijken. De een pakt de hand van de ander en diep in die grote ogen is een droefheid, hun blik lijkt nu door me heen te kijken. Stil sta ik daar en mijn gedachten dwalen weg ver over de heuvels waar we de afgelopen maanden doorheen zijn gelopen. De mannekes lopen hand in hand langzaam weg. Niets hebben ze gezegd, geen moment is hun uitdrukking veranderd. De ondergaande zon maakt hun schaduwen lang waardoor ze nog kleiner en kwetsbaarder lijken. 
 
De laatste drie dagen stonden in het teken van de opnames voor het KRO TV programma

De Wandeling.

Er komen twee uitzendingen. In de eerste uitzending volgt Hella David Livingstone in mijn voetsporen. Laatste week september.

De tweede uitzending is aan de Livingstone expeditie gewijd. Eerste week oktober Daarin zullen het doel en mijn ervaringen van deze BIG WALK uitgediept worden.

Wij hebben drie prachtige en zeer inspirerende dagen met deze fijne mensen van de KRO doorgebracht. Het was meer dan alleen het maken van een aantal opnames. Ook zij werden gegrepen door al datgeen waar we ons voor inzetten. Met we bedoel ik de mensen in Nederland en de mensen in Malawi die zich inzetten voor Sonda en St John’s en onze Vrienden van St John’s, Limburgers voor Afrika, Tandartsen voor Malawi en Kaakchirurgie voor Malawi en alle andere mensen die steun geven . Zonder u en jullie allemaal kunnen we de mensen hier niet ondersteunen

Yebo Chomene . Hartelijk dank 

Blijf lezen, Over ongeveer een week weer nieuwe berichten 

Groete Cobi en Ben


Woensdag 15 augustus 2007

Beste lezers en meebelevers

Hartelijk dank voor alle mooie, stimulerende reacties die ik via bendeponti@gmail.com ontvang.
Internet is op een paar plaatsen na in Malawi nog steeds een moeizaam gebeuren, vandaar dat mijn en nu Cobi zich bij me heeft gevoegd, onze reacties spaarzaam zijn.
Echter wederom een paar impressies.
Loop mee met het Livingstone Expeditie team naar M’dunga village in de Monkhozi Hills.

Vanuit Kasungu game reserve zijn we vroeg vertrokken.
De dag ervoor hebben we een lang stuk onder begeleiding van een scout, richting oostgrens van het park gelopen. Ietwat onder- of overschatting maakte dat we een stuk in het donker moesten lopen. Geluiden worden dan gevisualiseerd in luipaarden, leeuwen, olifanten of buffels. Gelukkig kwamen we veilig op de plek van bestemming, keken elkaar aan en dachten; o ja, in Afrika nooit in het donker rijden, dat is te gevaarlijk,.. bij nacht door een game reserve lopen daar hadden we blijkbaar nooit bij stil gestaan.
Ongeveer op de plek waar we de dag ervoor hebben gelopen zien we een groot luipaard dat ons bedachtzaam aankijkt. Vanuit de veilige auto kijken we brutaal terug.



In de buurt van Chima, net voor de Bua river, pikken we onze route weer op.
We lopen over een rode dirt road noordwaarts. Onderweg dorre lappen grond die wachten op de nieuwe aanplant van tabaksplanten. De zaailingen worden nu in grote bedden gehard. Eind september worden ze een voor een uitgeplant en krijgen elk tien liter water. Daarmee moeten ze het uitzingen tot de regens komen, ergens in november. Een groene waas zal over de donkere omgeploegde velden liggen.
De weg is nog vlak en gemakkelijk. Na een vijftal kilometers nemen we een klein pad en lopen de Mokhozi hills in. Heuvel op, heuvel af. De omgeving wordt mooier, de vergezichten fraaier. Kleine dorpjes met lemen huisjes en rietdaken liggen verscholen in de valleien. Pas op het laatste moment zien de mensen ons verschijnen. Was men voorheen al zeer verbaasd om plotseling als uit het niets een witman in het dorp te zien verschijnen nu komt er even later ook nog een witvrouw achter aan. De oh, hoo’s en ah ah ah’s met de gezichten die een groot ongeloof uitstralen zijn prachtig om te zien. Deze witmensen moeten wel heel erg arm zijn als ze zover te voet gaan denken de dorpelingen. En wij voelen ons zo rijk om hier te mogen lopen.
Dit jaar was er een goede oogst. De huidige president heeft kunstmest goedkoop ter beschikking gesteld van de allerarmsten. Het resultaat is vele blijde gezichten op onze tocht.
De zon schijnt hoog aan de hemel. Ook in de Afrikaanse winter kan het overdag heet worden. We drinken grote slokken water en midden op de dag, als alles stil is om ons heen, horen we alleen het tikken van de stokken die we altijd bij ons hebben op de harde grond.
Kleine riviertjes hebben diepe insnijdingen in het landschap gemaakt.
Telkens dalen we af om aan de overzijde weer omhoog te klimmen.
Andere paden kruisen ons pad. Mr. Kumwenda is vandaag onze gids, maar ook hij vraagt onderweg steeds weer welk pad ons naar M’dunga zal leiden. De mensen wijzen een richting en als het toch niet helemaal duidelijk is besluiten ze een paar kilometer mee te lopen om ons naar een volgend paadje te brengen. Dan bedanken ze ons met een brede lach, wensen ons een goede reis en lopen snel terug naar huis. Korte contacten met goede mensen die we nooit meer zullen zien, maar zonder wie we hopeloos zouden verdwalen.
Als we moe zijn is er plots een klein rieten hutje waar de vriendelijke mama Francis thee schenkt in grote ruwe plastic bekers en zelfgebakken broodjes serveert. Heerlijk, een enorme opkikker en we kunnen er weer even tegen. Een lange afdaling brengt ons naar een doorwaadbare plaats van de Bua rivier. We klauteren over grote rotsblokken en springen over kleine waterstroompjes. In de Bua rivier zitten veel krokodillen, maar hier niet, zegt onze gids en dat geloven we dan maar. Even later zien we in een door de rivier uitgeslepen basin het lijk van een klein crocje. Het is er mooi, eenzaam en ongerept.
De laatste heuvels, bedekt met mooie grillege bomen, zijn zwaar. Er is altijd nog een heuvel als je denkt dat je er bent en dan nog een.
Om 15.30 uur komen we aan bij chief M’dungo en deze keer is alles vlug geregeld. Hij is trots dat we zijn dorp hebben uitgekozen om ons kamp op te slaan. Een uur later staan de tenten en snijden we de groenten voor het avondeten. De zon gaat vuurrood onder in het westen en een groot vuur verjaagt de kou die de wind brengt vanuit het oosten. Een oude man vertelt dat 140 jaar geleden, de slavenkaravanen ,100 meter van ons vandaan, de voet van de Kapirikwenje heuvel passeerden. Van elke 10 gevangen slaven bereikte er een de kust van de Indische oceaan om daar verkocht te worden. David Livingstone volgde het pad van de slavenhandelaars en sliep misschien ook op het erf van chief M’dungo de oude.
Het was een prachtige dag en het geeft een heel mooi gevoel als ik zie dat ook Cobi geniet en af ziet met volle teugen.

Vandaag 14 augustus vertrekken we per bootje langs de kust van Lake Malawi noordwaarts.
Het wordt spannend. Mr Frank Lilapautha onze kapitein is very excited. We zullen ongeveer 60 km noordwaarts gaan in 2 of 3 dagen . Hij is nooit verder dan 6 km geweest. Het worden mooie dagen, mits lake Malawi enigszins rustig blijft. Vanavond kamperen we ergens aan de oever en roosteren we chambo’s op een vuurtje en zitten met onze blote voeten in het witte zand We gaan ons wassen in het zachte water van het grote meer en hoog boven ons zal ook deze nacht Jupiter een wakend oog houden over ons kamp.
Morgenvroeg als het Zuiderkruis reeds lang onder is zal de schelle roep van een visarend ons wekken. Ook deze morgen zal de zon opnieuw geboren worden uit de donkere horizon van het meer. In de verre verte staan de vissers van Lake Malawi in hun smalle bootjes als iele lange schaduwen boven het water. Hier moet Giacometti zijn inspiratie hebben opgedaan voor zijn prachtige beelden.

Nog negen dagen scheiden ons van de aankomst in Sonda, Mzuzu.
Het lijkt steeds spannender te worden nu het eindpunt nadert. Spannend. Maar ook onwerkelijk. De werkelijkheid is voor mij datgene waar ik mee bezig ben samen met mijn Malawiaanse mannen en nu ook Cobi. Het is speciaal, het is zeer bijzonder.


3 augustus: Cobi vertrekt naar Malawi


Gevonden verloren teksten en nieuwe foto’s van Ben









 

 


Woensdag 1 augustus 2007

Beste lezers, goede vrienden,

Alles gaat weer prima. Ben wel echt beroerd geweest na Ntchisi, maar wilde natuurlijk niet stoppen. Nu heb ik een week vrij genomen. Ik logeer voor 2 of 3 nachten bij Margriet en Hamiet Sacranie in Blantyre die me heel erg verwennen en de 6 kg die ik ergens verloren ben er weer aan proberen te krijgen. Even bijkomen, website bijwerken en natuurlijk op Cobi wachten. Spannend hoor.
We gaan eerst naar Heuglin’s Lodge in Lilongwe en dan naar Kasungu game reserve om daar aan de laatste 3 weken van de Liv. Exp. te beginnen. Aankomst 23 aug, in Sonda, Mzuzu met camerateam van de KRO "De Wandeling".
Het geheel is groter dan ik soms kan bevatten en ik ervaar, geniet, er heel intens van en onderga het met mijn gehele lichaam en geest. Bijgevoegd enige indrukken

Als de laatste weken aansluiten bij het voorafgaande en we netjes gezond blijven is er wederom in mijn leven iets heel speciaals gebeurd. Anders natuurlijk ook.

Veel liefs en hartelijke groeten

Ben


Chambwe, dinsdag 24 -7

Vandaag lopen we over een stoffige weg. De wind waait stevig uit het oosten.
Het landschap is vlak. Bomen zijn er niet meer. Lang geleden zijn ze gekapt om akkers aan te leggen of houtskool te branden. Prachtige oude bomen, kromgegroeid in de wind moeten ze zijn geweest. Op de akkers groeit lang geel gras. Het is winter. Het groene landschap uit de regentijd is dan dor en verlaten.
Voor de vrouwen gaat het werk gewoon door, mannen zitten thuis en spelen bua. Sommigen kopen van het spaarzaam verdiende geld dat de oogst heeft opgebracht kasiaso. Kasasio wordt lokaal gestookt uit maiskaf en suiker. Soms verloopt het proces niet goed en wordt het een dodelijke drank.
De mannen lachen hard, de vrouwen werken hard.
Een kameleon in de kleur van het gele zand steekt het brede pad over. Een voorzichtige, weifelende, heen en weergaande tred. De ogen spieden onafhankelijk van elkaar de omgeving af. Als ik hem oppak, blaast hij vervaarlijk en probeert te bijten. Zijn hals zwelt op en kleurt rood. Ik zet hem aan de andere kant van het pad in het gras. Plotseling is zijn tred snel en verdwijnt hij in een struik. Christopher vindt het maar niks. Een kameleon betekent whitchcraft. De verandering van kleur, de bolle ogen die onafhankelijk van elkaar alle kanten op draaien geeft hem het geloof dat er duistere krachten in het spel zijn.
Om 15.30 uur komen we in Chambwe aan. Bij de lagere school staat nog één grote boom die schaduw geeft, vlakbij de waterpomp. Een goede plaats om te overnachten. In september 1863 sliep DL ook in Chambwe.
Eerst bezoeken we de head-master Mr Kofi (niet Annan vertelt hij me telkens weer). Hij slaat bijna stijl achterover als we vertellen dat we in Chambwe willen slapen, roept al de leerkrachten bij elkaar en gezamenlijk blijven ze zich verbazen. Ook het schoolbestuur moet geïnformeerd worden. Na drie kwartier wordt besloten dat we naar de group-chief gaan Mr Witnes Chambwe.
De chief speelt een belangrijke rol in de Malawiaanse gemeenschap. Per district (provincie) is er een paramount chief, twee sub-chiefs, meerder group-chiefs en de village-chiefs. Hij of zij kan land aan mensen geven. Meestal is het een man. Hij bepaalt of een boom gekapt mag worden. Hij lost problemen in het dorp op. Ook bij onenigheden in familieverband wordt de village-chief geraadpleegd. Hij is rechter en advocaat. Het moeten wijze mannen of vrouwen zijn. Komen zij er niet uit dan gaan ze een trapje hoger. Als de chief sterft wordt er door de dorpsbewoners een nieuwe gekozen uit de kinderen van een van de zussen van de gestorvene. Alle chiefs die we hebben ontmoet waren oudere mannen en één vrouw met nobele gezichten. De vrouw had het uiterlijk en de expressie van Catherine Hepburn. ‘s Nachts daalt de temperatuur tot 4 graden. Ik kruip diep in mijn slaapzak en luister naar hyena’s in de verte. Elke nacht horen we hun wwwóéh’s als we in de rural area’s zijn. Als ik er uit moet om te plassen is het doodstil. De bijna volle maan kijkt me pijnzend aan. Vallende sterren geven me nieuwe wensen.
Chambwe is ver weg van het asfalt, achtergebleven en arm. Er is een straatje waarin een aantal winkeltjes zijn. In een winkel is bijna alles te koop. Pannen, plastic serviesgoed, zeep, tweede hands kleren, gekleurde doeken, fietsbanden, levensmiddelen die de uiterste verkoopdatum reeds lang gepasseerd zijn en noem maar op. Je ziet er nooit iemand iets kopen. Chambwe is arm. Er is een chibukubar, waar lokaal bier in grote kartonnen pakken wordt verkocht. Op het scheve, houten uithangbord staat in verweerde letters “filling station”.
Aan het einde van het stoffige straatje is een tearoom. Als ik me buk om door het kleine deurtje naar binnen te gaan, komt een benauwde warmte me tegemoet. Dicht op elkaar gepakte donkere schaduwen drinken thee en eten vers gebakken brood. De eigenaar laat me trots zijn van golfplaten gemaakte oven zien die in de stal staat waarin ‘s nachts teveel geiten wonen. Als ik mijn broodje en thee naar binnen heb gewerkt en mijn hoofd lichtjes stoot bij het naar buiten gaan, valt de halve deur eruit. Hilariteit. De schaduwen veranderen in witte tandenrijen, roepen sorry, sorry en lachen hartelijk als ik zelf lach. Ook de eigenaar deelt in het plezier. Deze dag is anders dan alle andere dagen in Chambwe.

Buiten staan kinderen, die eigenlijk op school moeten zijn zich te warmen bij kleine vuurtjes. De 8 jarige primary school heeft 702 leerlingen, 5 leerkrachten en vier en een half klaslokaal. Op een lokaal zit geen dak. De energieke, geïnteresseerde leerkrachten zijn gedurende de lesuren keurig gekleed met stropdas om en verdienen 65 euro per maand. Ook in Malawi kun je daar heel moeilijk van leven.
We blijven twee nachten in Chambwe. Het is een fijne plek onder die mooie grote boom. Op dag twee haalt Tobias ons 20 km verder weer op. Het is telkens de vraag of we elkaar inderdaad ontmoeten op de afgesproken plek. Maar met hulp van lokale gidsen lukt het meestal.
Om 16:00 uur komen de chiefs en de opper chief op bezoek en is er een Bwalo. Een locale vergadering. Een lange magere village-chief in iets te grote zondagse kleren en zwart-witte lakschoenen is secretaris en houdt nauwkeurig bij waar we over spreken. Het gesprek gaat in Chichewa en dr. Luhanga vertaalt telkens kort waar men over spreekt. Dr. Livingstone sliep hier inderdaad en de slavenhandelaren hadden overgrootouders van de oude bazen meegenomen. De group-chief zegt zeer vereerd te zijn met ons bezoek en vraagt aan het eind, als de zon bloedrood wegzinkt aan de horizon, of we nog wensen hebben. Ik vraag of hij deze laatste grote boom kan behouden als herinnering aan deze ontmoeting. Als God het wil en de wind de boom niet omblaast zal hij er altijd blijven belooft de grote chief. En hij is tenslotte de baas.



Kasungu, 26-7

Vandaag gaan we op bezoek bij de Big Chief Mwase, achter-achter kleinzoon van Chief Mwase die David Livingstone in Mwase village ontmoette in 1863.
Chief Mwase heeft 7 jaar in de gevangenis doorgebracht omdat hij het tijdens het Kamuzu Banda regiem opnam voor mensen die door Kamuzu onrechtmatig waren veroordeeld. Het is een zeer oude baas, met felle ogen, die ons ondanks dat hij ziek is vriendelijk te woord staat. Voor mij weer een van die bijzondere momenten.
Na het bezoek gaan we door naar het Kasungu game reserve. Als gevolg van de vele strooppartijen vanuit Zambia is het aantal dieren sterk gereduceerd. De beesten zijn er schuw.
We slaan ons kamp op aan de Lifupa dam. Als ik Mr Tamala, de baas van de wildparken in Malawi, uitleg dat ik te voet diep het 2300 vierkante kilometer grote reservaat in wil, kijkt ie me aan en geeft me te kennen dat het te gevaarlijk is. Met een vriendelijke, ietwat hulpeloze, vragende, hoopvolle en ook een beetje zielige blik kan ik de baas van het park overreden en hij geeft ons drie gewapende mannen mee die ons moeten beschermen en gaan de volgende dag op pad. Ons doel is Wang’ombe Rume (maag van de koe) een grote brok graniet die 300 meter boven de beboste vlakte uittorent. Dit was Livingstone’s meest westelijke punt tijdens zijn tocht naar het binnenland van Malawi. (toen Nyassaland) De derde dag, 34 km van ons eerste kamp, bereiken we de plek. We lopen over een slechte dirt-road, een oud pad en dwars door de bush. Onderweg brengen de rangers Christofer en mij naar de enige nog in goede staat verkerende ijzersmeltoven van Malawi. Prachtig.
Dieren zien we weinig. Twee keer olifanten en een aantal antilopen. Lang voor we hen in de nog dichte bush (de regens duurden dit jaar 2 maanden langer dan gewoonlijk) kunnen zien hebben ze zich uit de voeten gemaakt. De kleine beesten in de gedaante van tse-tse vliegen lijken gevaarlijker dan de grote.
We zien sporen van leeuwen, luipaarden en hyena’s. Het lopen in de bush, ver van alles af is een ervaring van puurheid, opperste alertheid en een diep oergevoel.
Ons kamp maken we diep verborgen onder een groep bomen. Ik wil in de open vlakte de tenten opzetten. Maar dat mag absoluut niet van Johns, de opperscout. We zitten 6 km van de Zambiaanse grens, de stropers zijn gevaarlijker dan de beesten zegt hij. Zij hebben zelfgemaakte geweren en de scouts zijn hun grootste vijanden. Het werk van de scouts is stropers vangen. Voor elke stroper krijgen ze een premie. Ze schieten zonder waarschuwing.
‘s Middag loop ik met twee scouts naar Solonge cave. Een grot met zeer oude sterk verweerde rotstekeningen. Vaag zijn ze nog zichtbaar op de granieten wanden. De scouts graven naar wortels van medicinale planten. Er zijn er voor hoofdpijn, koorts, verkoudheid, infecties en allemaal samen werken ze als een afrodisiacum. Dat laatste hebben we vannacht hopelijk niet nodig merk ik op. Waarop ze dubbel liggen van het lachen.
Bij het kampvuur drinken we lauw bier, eten nsima, een oude taaie kip en vertellen we mooie verhalen. Johns heeft de secundary school af. Hij spreekt redelijk engels, leeft al vijf jaar diep in een kamp in de bush met drie andere scouts en hun families, heeft vier weken vakantie per jaar, kan een keer per maand naar Kasungu om inkopen te doen en verdient 10.000 kwacha per maand (50 euro). De enige verbinding met de buitenwereld is zijn draagbare radio. Ook deze nacht houden hyena’s ons in de gaten.
Bij het eerste lichtschijnsel ben ik al uit mijn tent. Ik wil de Wang’ombe Rume op. Chrsitopher zit er helemaal doorheen en vraagt of hij in het kamp mag blijven. Gebogen lopen we de steile helling van deze gigantische, zwarte granietblok op. Hier en daar groeit een bloeiende aloë. In de spleten van de berg groeien plukken oud zilvergrijs gras. Hoog boven ons gloeit de hemel op in de eerste zonnestralen.
Ver voor mijn kompanen uit zwoeg ik naar boven. Wat is dit mooi. Wat voelt een mens zich dan nietig maar ook oh zo sterk. Sterker dan de brok graniet onder zich.
Boven aangekomen zie ik de twee scouts diep onder me. Ik haal de Livingstone expeditie vlag te voorschijn, bind hem aan een stok, zwaai ermee hoog boven me en er is een diep gevoel van dankbaarheid, kracht, blijdschap en verbondenheid met al datgene en diegenen die me tot dit moment gebracht hebben.
Ik blijf enige tijd geheel alleen daar staan. De wind brengt talloze herinneringen.

Later daal ik een stukje af bind de vlag aan een oud krom boompje en samen met Johns en Paul, de scouts, genieten we van de immense uitgestrektheid van het landschap.
Ik vertel over oude Cheyenne Chiefs die op een dag een berg oplopen omdat het een goede dag is om dood te gaan en bovenop de berg hun laatste krijgsdans uitvoeren en wachten totdat de grote Manitoe hen komt halen.
Plotseling ziet Johns in de diepe verte stropers. Hij springt op en begint op en neer te springen. Hij wil naar beneden en vraagt of hij er met de anderen achteraan mag. Een gewetensvraag voor mij. Als hij ze te pakken krijgt betekent het misschien gewonden en zeer zeker lange gevangenisstraffen. De vier kleine mannetjes zijn nog minstens 10 km van de veiligheid van de Zambiaanse grens verwijderd. Plotseling klinkt er een schot. YOU SEE, WE HAVE TO GO roept Johns en begint snel af te dalen. Een paar seconden later klinkt er nog een schot. Nu van dichterbij. Het zijn onze mannen uit het kamp die schieten omdat ze denken dat wij geschoten hebben om aan te geven waar we zijn.
De stropers slaan op de vlucht diep de bush in. De kans om ze te vangen is verkeken. Johns en zijn makker zijn diep teleurgesteld. It’s Gods will, that you (ik dus) are here today. He didn’t want us to catch them. Ik blij dat het zo afloopt. Meneer God heeft wederom de situatie gered denken we maar. Prima zo.  


Zondag 22 juli 2007

Vanuit Nkhota Kotha

Goede vrienden,

Eindelijk weer een computer gevonden om een bericht te verzenden. Een drietal weken geleden heb ik ook een heel verslag doorgestuurd, evenwel dit is, ook na verschillende pogingen, niet doorgekomen. Spijtig! Het artikel in het NRC was heel leuk om te doen, ook heftig want ik had beperkte tijd om mijn gedachten om te zettten in leesbare taal. Hier komen weer een paar indrukken:

Allereeerst, hoe gaat het met mijzelf.

Goed. Het is nu 06.00 uur in de morgen en ik ben eergisteren uit Ntchisi gekomen. Ik was kapot, helemaal zelfs. Ik ben nu 6 weken onderweg. En elke dag is gevuld van 's morgens 05.30 tot 's avonds 20.45. Dan val ik moe en meestal voldaan in slaap in mijn tent, in een oude school en soms in een oude kamer met een bed zonder matras, maar wel met een douche ergens in het gebouw, in een missiepost. We lopen per dag tussen de 20 en 24 kilometer met af en toe een uitschieter als we de weg nog meer kwijt zijn.
De rugzak weegt 's morgens 7 kg, waarvan 3 liter water. Elke dag is het zoeken naar de goede route, we proberen zoveel mogelijk DL's route te volgen. Dit is niet altijd mogelijk. Paden zijn verdwenen, namen zijn veranderd of dorpen bestaan niet meer. Toch, komen we er meestal wel uit mbv locale gidsen, onze niet altijd up to date kaarten en de gps. De afwisseling van landschappen en de ontmoetingen met mensen maakt elke dag weer bijzonder.
We lopen door de vlakke gebieden langs het meer. Waden door moerasgebieden die niet op de kaart zijn aangegeven. De keuze is dan, 10 km teruglopen of schoenen uit en het water in. In deze gebieden zitten altijd crocs verscholen in het riet en horen we af en toe nijlpaarden in de verte. Bang ben ik niet. We zijn altijd met een aantal mensen, De lokale bevolking schrikt eerst maar vindt het dan prachtig als ze plotseling een mzungu uit het riet zien verschijnen. Als we zeggen dat we van Nsanje naar Mzuzu lopen denken ze echt dat we niet helemaal lekker in ons hoofd zijn, misschien is dat ook wel een beetje zo, denk ik af en toe als ik ons zo bezig zie. Maar mooi vind ik het wel. Andere dagen stijgen we naar hoogtes tot 1700 meter.
Na de tocht door het Ntchisi Range gebied zat ik er helemaal doorheen. De laatste twee nachten waren we uitgeweken naar het Executive Ntchisi Resthouse. Ntchisi ligt op 1500 m hoogte. Het was er koud en klam. Het -7 sterren resthouse was ooit geel geverfd. Op mijn kamer lag een vies oud tapijt, de stroom viel voortdurend uit met als positief gevolg dat de TV daardoor ook uitviel. Er was geen warm water en meestal ook geen koud water. Het was er heel gehorig, details bespaar ik jullie. Het enige mooie was de zachtroze gekleurde satijnachtige sprei waarop een groot hart in de dezelfde kleur lag dat als kussen diende. De sweet dreams kwamen daardoor vanzelf.
De tweede avond zat ik te rillen bij de koude kip met rijst en kon het niet meer warm krijgen en ja hoor de eerste diarree kondigde zich aan. Elk uur uit bed, slippers aan, ik vond het tapijt toch te vies om er mijn voetjes aan bloot te stellen en naar het toilet met een kapotte deksel. Om 07.00 uur 's morgens besloot ik na een diepe concentratie dat het afgelopen was met de diarree. En inderdaad ipv elk uur ging het over naar elke 4 -5 uur. 's Morgens informeerde ik de groep dat er een vakantie werd ingelast en zijn we naar het meer vertrokken. Iedereen geniet ervan. Ik drink alweer een lekkere pils, eet heerlijke visgerechten, zwem in het meer, lees een boekje (voor het eerst) en geniet van de mooiste, heerlijkste douche met oneindig veel lekker warm water.
Never Ntchisi again zei ik gisteren tegen mijn maten en zij lachen, maar vonden de omstandigheden aldaar wel meevallen. Het referentiekader is dan toch een beetje anders.
Morgen gaan we weer verder richting Kasungu en Kasungu game reserve en ga ik weer in de tent. Het is mijn eigen huisje geworden waar ik me prettig en schoon voel. 's avonds zal Christoffer weer grote emmers water warm maken en zeggen: Boss there is warm water for you, you can wash. En dan lacht hij al zijn tanden (en dat zijn er veel) bloot. We zijn een geweldig goed team. Ze zorgen heel goed voor me en we praten en lachen veel. Alles wat ik schrijf (nog steeds jammer van de vorige sessie dat die Nederland nooit bereikt heeft) verifieer ik eerst of het de waarheid geen geweld aandoet of overdreven is.
Misschien dat er in Kasungu weer een computer is en kan ik weer iets schrijven.

Als iemand wil reageren kan dat via bendeponti@gmail.com Geen foto's sturen svp dat kunnen de locale netwerken echt niet aan. Veel hartelijke groeten en liefs van Ben in Malawi

 


 


Jessie Ngwira

Jessie Ngwira, kan voor tal van meisjes in Malawi staan.

In een nacht waarin de maan verstek laat gaan, klinkt plots geschrei uit een donkere hut aan de rand van een dorp ver weg in de Kongoni heuvels.
De oude grootmoeder heeft uit overlevering geleerd hoe ze een moeilijke bevalling moet begeleiden. Uitgeput ligt Merciful Ngwira op de harde grond en vraagt moeizaam; jongen? Yayi, meisje zegt gogo (grootmoeder) terwijl ze snel de navelstreng doorsnijdt met een roestig mes en afdekt met oude as. De jonge moeder krijgt koorts en ijlt. Ze wordt door grootmoeder dag in dag uit verzorgt met natte doeken en kleine hapjes pap.
Jessie strijdt de eerste dagen ook voor haar leven, terwijl de African doctor telkens weer nieuwe, zelfgebrouwen smeersels aanbrengt op haar tengere lichaampje.
Als de volle maan weer hoog aan de hemel staat glimlacht Merciful Ngwira voor het eerst. Beide hebben zij de strijd gestreden en hebben er het leven voor gekregen.
Gedurende haar eerste jaren krijgt Jessie twee broertjes en drie zusjes, waarvan er een snel na de geboorte overlijdt. Moeder Merciful is gezegend met een sterk lichaam en baart gezonde kinderen.
In de veiligheid van het dorp groeit Jessie op als een vrolijk en slim kind dat dagelijks zorg draagt voor haar broertjes en zusjes als haar moeder water haalt uit de put twee km van hun huis, op zoek is naar brandhout of op het land werkt.
In de koude winters liggen de kinderen strak tegen hun moeder aan op de kille grond onder een kapotte deken. Als de zomerregens goed zijn brengt de akker van Merciful genoeg op om geen honger te lijden.
Tot haar tiende gaat Jessie naar de lagere school in haar dorp. Na de 5e klas moet ze voor de laatste drie klassen naar een grotere school, negen kilometer van hun dorp. in de volgende vallei. Ze is blij, elke dag dat ze mag gaan. De school is weliswaar oud en heeft te veel kinderen en te weinig onderwijzers, maar ze wil leren. Moeder Ngwira heeft haar vele avonden verteld dat naar school gaan de enige manier is om uit de armoede te ontsnappen.
Jessie haalt haar diploma en kan naar de middelbare school, mits ze iemand vindt om het schoolgeld te betalen. Haar moeder verzamelt geld bij de familie, iedereen helpt een beetje. Jessie krijgt een nieuwe, te grote jurk uit een grote baal kleren uit Europa en genoeg eten voor een week.
Haar haren zijn kort geschoren om shampoo uit te sparen. Op een zondag in September loopt ze met een plastic zak waarin haar oude jurk, onderkleren, een oude doek voor als ze ongesteld is en een stukje zeep zitten. Op haar hoofd een bak met nsimameel en wat groenten. 18 km later komt ze bezweet en zenuwachtig aan op de secundary school. Tesamen met haar 38 klasgenoten slaapt ze in een oud klaslokaal waarvan de kapotte ramen bedekt zijn met hout en oude doeken. Ook hier slaapt ze op de koude grond.
Om 05.30 uur in de morgen klinken de doffe slagen op een oude autovelg en staat Jessie snel op om niet in de lange rij bij de pomp te hoeven staan voor water om zich te wassen. Het eten heeft ze afgegeven en elke morgen krijgt ze een bakje warme nsimapap alvorens de lessen om 07.30 uur beginnen.
's Avonds, in het donker, koken de leerlingen buiten op een houtvuurtje hun nsima en het beetje groenten dat er aan het eind van de week nog over is. In de winter zitten ze gehurkt dicht opeengepakt bij elkaar bij het vuur. De leraren zijn streng, de leermiddelen beperkt, maar ze houdt van de school en heeft veel plezier met haar klasgenoten.
Elke zaterdag loopt ze terug naar huis en vertelt haar moeder vol vuur over alles wat ze geleerd heeft. Moeder antwoordt met een vermoeide glimlach en is trots. Op haar zesendertigste heeft ze al een oud gezicht en is ze twee voortanden kwijt. Vader is na de geboorte van haar laatste kind vertrokken en leeft met een nieuwe vrouw.
In het examenjaar is er elke avond extra studie. Samen zitten ze in hun klas. Per drie leerlingen is er een klein flakkerend olielampje. Het is er doodstil, alleen af en toe een zucht. Er is maar een kans om het diploma te halen, voor een extra jaar is geen geld.
Jessie slaagt met goede cijfers en na een maand vakantie in haar dorp popelt ze om naar de grote stad te gaan op zoek naar een baan en een beter leven.
Moeder Merciful omhelst haar kind lang en wil haar niet loslaten bij het afscheid. Ze mompelt vele lieve woorden en waarschuwingen over het slechte leven in de grote stad. Met haar diploma in haar tas, een grote glimlach en vol vertrouwen rijdt Jessie weg, achter op een vrachtaouto volgeladen met zakken maïs en mensen. De wind blaast het rode stof van de zandweg in moeder Merciful's gezicht. Zo kan ze haar tranen verbergen. Gebogen loopt ze terug naar haar hutje en bidt tot God dat alles goed mag gaan met haar oogappel.
De grote stad is druk en afstandelijk. Jessie's oom woont niet op het adres dat ze van haar moeder heeft gekregen. De huizen zijn gemaakt van aan elkaar gebonden oude golfplaten Jessie zoekt en vraagt, maar de mensen kijken haar vreemd aan. Niet bekend, heeft hier nooit gewoond, misschien drie blokken verder krijgt ze als antwoord. Tegen de avond is ze wanhopig en besteed een groot deel van haar geld aan een vies, te duur kamertje in een achterafsteeg.
Die nacht tuurt Jessie lang in het donker voordat ze in een onrustige slaap valt en droomt over weidse heuvels en lachende, spelende kinderen.
De dagen die volgen loopt ze van kantoor naar kantoor, van werkplaats naar werkplaats, maar nergens willen ze haar. Geen baan vrij, we hebben al te veel mensen in dienst, probeer het daar eens, kom over een maand nog eens terug, zijn de antwoorden die ze krijgt.
Jessie's geld raakt op, de huur moet vooruit betaald worden en na vijf dagen loopt ze bij het vallen van de avond met haar tas onder haar arm wanhopig en eenzaam door de stad.
Psst, young lady, do you want a job? vraagt een goed uitziende man. Vriendelijk benadert hij haar en biedt een slaapplaats aan.
Drie dagen later ontvangt ze haar eerste klant. Een oudere man, hij zegt geen woord en wil achteraf niet betalen. Jessie is gebroken en snikkend zit ze op de stoep als de goed uitziende man haar ruw naar het geld vraagt. Ze ontvangt haar eerste slag in haar gezicht.
Om te overleven leert ze snel, ze is intelligent. Jessie Ngwira, 19 jaar, draagt nu mooie kleren, wordt nog maar af en toe geslagen, is HIV positief en slikt ARV's. Als Jessie een keer per twee maanden op de oude vrachtwagen kruipt die haar naar haar moeder brengt neemt ze zeep, kaarsen, lekkernijen en een mooie doek voor haar mee.
Ze praten lang met elkaar over de goede baan die ze bij een grote bank in de stad heeft. Ze lachen veel, houden elkaars handen vast en spelen hun spel. 's Avonds ligt Jessie dicht tegen haar moeder aan. Merciful staart in het donker en denkt; mijn meisje weet niet dat ik die diepe droefenis in haar ogen zie, ze weet niet dat ik zie dat ze ziek is, zo moet het blijven. Hier mag ze weer mijn kindje zijn. Die nacht droomt Jessie over wijdse heuvels en lachende, spelende kinderen.  


Maandag 16 juli 2007

Van Mwamsambo zoeken we een pad om ons over de Ntchisi Range te leiden. Na veel gevraag, weet iemand een oud pad. Hij brengt ons er naar toe, maar wil ons niet gidsen. Zegt dat hij bang is dat we hem kidnappen of hem vermoorden zodat we zijn bloed kunnen gebruiken voor whitchcraft.
Het zijn van die gedachten over witte mensen die in de rural area's nog voortleven. Het hele "witte in de kookpot verhaal" wordt door DL andersom beschreven. Rond 1860 geloofden de Afrikanen dat witte mensen zwarten gevangen namen, hen kookten en daarna verorberden. Misschien een gevolg van de slavenhandel. Echter in het "ontwikkelde Europa" werd dit verhaal snel andersom verkondigd.
Met z'n drieën lopen we het steile pad omhoog door een mooi, open, oud bos, zoals DL het ook moet hebben gezien. De iele bomen hebben een verweerde, donkergrijze schors. Aan de kronkelende takken hangen groene baardmossen. Een onwerkelijke, serene sprookjesachtige sfeer. Er is niemand, er woont niemand. Het is doodstil, alleen het ritselen van een enkel vluchtend dier onder de dorre bladeren laat me af en toe even schrikken. In de verte van het onderbewuste blijft de beduchtheid voor slangen.
Grote rotsblokken liggen als in het rond geworpen verspreid in het bos. Riviertjes maken diepe insnijdingen, waar we in afdalen om daarna weer omhoog te klimmen. De riviertjes zorgen voor kleine microklimaten in het droge bos. Onder in het stroombed is er een weelderige plantengroei en fladderen prachtige, kleurrijke vlinders.
We zwoegen, genieten en komen niemand tegen. Na vier uur staan we plotseling aan het begin van een prachtige open vallei.
De locale mensen gebruiken de rode aarde van de steile hellingen voor terrasbouw. Nog 8 km naar Kayoyo. Heuvel op, heuvel af. De Eyserbosweg en die nog vijf keer. Om 16.30 u komen we kapot aan. 20 km gelopen, 1350m gestegen, 1000 m gedaald en 7 kg in de rugzak. De leerlingen halen grote emmers water uit de waterput, een km van de school vandaan.
Om 18.30 uur pruttelt een groentenmassa in de poikie op het vuur. Het is koud op 1150m hoogte. Om 20.00 uur hangen onze muskietennetten naast elkaar in het klaslokaal van groep drie en om 20.02 slaap ik als een blok.  


14 juli 2007

Ben de Ponti schrijft de dagboek pagina in het NRC Handelsblad op zaterdag 14 juli.

Malawi, vrijdag 6-7-2007
De intense stilte van de nacht wordt alleen onderbroken door het lachen van hyena's.
Om 5.45 uur breken we op en na een snel ontbijt vertrekken we richting Mua. De Livingstone Expeditie gaat zijn vijfde week in. Aan de hand van David Livingstone's dagboeken, brieven en kaart volg ik zijn 1863 expeditie naar het binnenland van Malawi. Ik ben op zoek naar de veranderingen die hebben plaats gevonden sinds 1863 en naar individuele, positieve kwaliteiten van Malawianen die mijn pad kruisen. De expeditie wordt opgedragen aan de kinderen van Malawi.
St. Vrienden van St. John's ondersteunt ism Cordaid-Memisa een project voor wees-en kwetsbare kinderen in Sonda, Mzuzu. Dmv de Livingstone Expeditie hopen we tevens genoeg geld op te halen om dit zich zeer goed ontwikkelende project ook in de toekomst te kunnen blijven ondersteunen. Deze week bestaat ons team uit Christopher Botha loodgieter en nu mijn vertaler, Tobias Hojani onze chauffeur, Vincent Luhanga arts in St John's hospital en ikzelf. Genoeg uitleg gegeven, over naar weer een bijzondere dag ergens in het midden van Malawi.........

Klik hier om het hele dagboek te lezen.


12 juli 2007


Zondag 24 juni 2007

11.00 uur Kronungsmesse in Eys en om precies 11.00 uur rollen de klanken van het Kyrie ook over de heuvels van Chikira.
In de zon , zit ik met een walkman en een klein geluidsboxje op een klein heuveltje aan de rand van het dorp. Als de sopraan inzet lopen de tranen over mijn wangen. Ik voel de spanning in de kerk in Eys en de zucht van verlichting als een ieder zich laat meevoeren door haar mooie stem. Twee werelden ver van elkaar en nu zo in elkander verweven. Dierbare gezichten zweven tussen de Malango heuvels. De wind blaast de bladeren over de rode droge aarde rond mijn voeten. Hanen kraaien, vogels fluiten alsof ze aandachtig meeluisteren, uit de verte komt het gezang uit het plaatselijk kerkje aanwaaien, drie kindertjes komen verwonderd door het halfhoge gele gras voorzichtig naar me toe gelopen. Onder het Benedictus loop ik naar het Protestantse kerkje (mr Gulo is de voorganger) en het Agnus Dei, een zo een liefdevolle, ingetogen melodie met een heerlijke wederkerendheid golft even later ook hier in Chikira door het kleine kerkje met bankjes gemaakt van modder en cement.
Halverwege beginnen een paar mensen schuchter mee te neuriën en bij de finale staat iedereen ritmisch bewegend met een grote glimlach voluit mee te klappen.
Een diep geluksgevoel komt over me.

Vandaag woensdag 27 juni ga ik langs de Shire omhoog richting Rivi Rivi river
 


23 juni 2007

The Great Walk, verteld Christopher aan iedereen als hij aan de mensen uitlegt wat we aan het doen zijn. Deze dag was het  inderdaad een great walk. Volgens de informatie die we kregen was het naar het volgend punt ongeveer 3,5 uur lopen.
Christopher, de voortdurend van elk soort papier of droog blad dat hij vond, sigaretten draaiende mr Dixon Green Phiri, dezelfde van gisteren, en ik waren om 07.15 op pad.
Om 15.30 uur stonden we voor de Lisungwe rivier, 30 m breed. Twee grappige mannekes brengen ons voortdurend lachend naar een doorwaadbare plaats en kapot maar voldaan bereiken we de overkant.
Daar kunnen we niet kamperen, het stikt er van de muskieten en we gaan het binnenland in naar hogere delen. Je mag NOOIT zomaar ergens gaan kamperen. Eerst de chief vargen. Soms woont hij of zij 10 km verderop. Uiteindelijk komen we om 17.30 uur in Chikira aan. Het is bijna donker. Mr Marko Dyner Gulo zegt dat we beter in het under five bebouwtje kunnen gaan slapen.Een mudhut met grasdak. Vlug wordt de vloer schoongeveegd en we zijn heel blij dat we de tenten niet meer hoeven op te zetten.
Mr Gulo zorgt voor een mooi vuur, zijn kinderen brengen water en er wordt op een apart vuur  een grote emmer water warm gestookt zodat we ons na het het eten kunnen wassen. Mr. Gulo zorgt voor stoelen en een tafel. Mr Gulo zorgt ook voor nsima. Mr Gulo is gewoon een prachtmens.  Mr Gulo is onderwijzer en 65 jaar oud. Hij heeft een vriendelijk en wijs gezicht en ik denk een beetje Parkinson. Alles wat hij zegt en doet is weloverwogen. In 1987 heeft hij van zijn eigen geld een schooltje gebouwd. Niemand kon in Chikira lezen of schrijven. Nu gaan er 200 kinderen regelmatig naar school.Na standaard 5 (groep 5) stopt het onderwijs in Chikira. De dichtstbijzijnde primary school ligt 12 km van het dorp vandaan. Gemiddeld brengt een kind per jaar het op om de primary school af te maken. Op de kinderen van mr. Gulo na is er nog nooit iemand voor vervolgonderwijs gegaan . Er zijn 4 leerkrachten en twee daarvan betaald mr. Gulo van zijn eigen salaris. Er is nu een klaslokaal van baksteen gebouwd. De stenen hebben de mensen zelf gebakken en inderdaad, mr. Gulo kocht de cement.


22 juni 2007

Vroeg op weg naar de Mpatamanga gorge.
De Shire heeft zich ook hier een weg gebaand door een granietmassief en stort  in een hoek van 45 graden naar beneden.
We gaan op zoek naar een pad en ja hoor, na overleg met een locale mens vinden we het en gaan Christopher, mr Dixon White Botha onze gids van de dag op weg.
We lopen onmiddellijk een heel oorspronkelijk gebied binnen. De tijd heeft sinds DL stilgestaan. Zoals hij het beschrijft treffen wij het aan.
 Oude kromgegroeide bomen spreiden hun takken, gelijk lange armen, uit tot diep aan de grond om het landschap te behoeden voor verval. Doornige acacia's maken het voortgaan moeilijk. Grote baobabs staan als strenge wachters langs de snel voortjagende rivier.
Op de ronde, zwarte granietkopjes staan Sabalelies te pronken met roodwitte bloemen aan hun kale takken. Hoog in de blauwe lucht een slangenarend en trumpetteer hornbills vliegen al schreeuwend in hun krakkemikkerige vlucht voor ons uit.
Het is overweldigend en stil loop ik door in Gods paradijs.

Na twee uur komen we in een dorpje. Twee hutten. Twee broers, een vrouw en drie kinderen wonen daar diep in de bush.
Ze komen van Ntcheu, een stadje 70 km naar het NW.
Ze zijn er gaan wonen vanwege God en hun vee vertellen ze en leven van hun akkertjes, hun vee en de vis die ze in de rivier vangen. Ze verbouwen dezelfde gewassen als 140 jaar geleden. Van het riet dat langs de oevers groeit maken ze matten die ze af en toe gaan verkopen op een van de marktjes, drie uur lopen van hun woonplek. Ze zien er vriendelijk uit en laten ons alles zien.

Die nacht slaap ik diep. 


21 juni 2007

Vanuit Majete is er geen doorgang mogelijk naar de Shire
Een hoge afrastering met heel veel voltage erop moet de olifanten binnen het game reserve houden. Ons dus ook. Er is ook geen pad langs de Shire en er wonen geen mensen, verteld men.
We rijden via Blantyre over de oude dirt road naar Chavala, diep in het binnenland.
De laatste 10 km loop ik . Mijn been protesteert ten zeerste, maar een beetje ontdekkingsreiziger geeft daar niet om. Als ie niet gebroken is, gewoon doorlopen, zei mijn vader altijd.
De mensen zijn verbijsterd als tegen vieren ons groepje in het dorpje aankomt.
Eerst op bezoek bij chief Chavala. Er worden veel beleefdheden uitgewisseld.
Dan op zoek naar een slaapplek.
Het plaatselijke voetbalveld wordt ons rustoord.
Net voor donker is alles klaar en komen we erachter dat het er stikt van de kleine mieren.
Doom, een insectenspray, redt ons.
Het avondeten wordt onder grote belangstelling van kinderen en volwassenen klaargemaakt. Al die grote witte ogen in die bruine koppies.
De gebruikelijke kip, gegaard in een potjie (spreek uit Poikie) met veel uien, tomaten, kool en rijst. Aangezien we 3 soorten kruiden bij ons hebben, kunnen we ongeveer 5 variëteiten verzinnen.
De mensen leven van landbouw en houtskool branden.
Sinds twee jaar is er een coöperatief landbouwproject. Men graaft gezamenlijk irrigatiekanalen evenwijdig aan de helling voor elkaars tuinen . Hierdoor wordt erosie tegengegaan en het regenwater beter en langer gebruikt.
Als tegenprestatie krijgen de leden van deze groep na 20 werkdagen 2 zakken kunstmest en een zak zaaigoed van de regering.
De mensen zijn trots op het resultaat en de kanaaltjes liggen er nu al heel netjes bij terwijl de regentijd pas over 4 maanden begint.


20 juni 2007, Majete game reserve

Vannacht sliepen we dichtbij de plek waar David Livingstone niet verder de Shire River kon opvaren. De Kapichira rapids hielden hem tegen. Grote rotsblokken, waar tussendoor het water naar beneden dondert, blokkeerden zijn weg naar het binnenland. Ik bezocht het graf van Mr. Thornton die hier op 21 april 1862 na een  dysenterie aanval overleed. Hij ligt begraven aan de voet van een grote baobab uitkijkend over de mooie oevers van de Shire river.

Beelden van de expeditie, de pioneer die aanlegt aan de oever,  de machteloosheid bij de verzorging van Thornton in zijn laatste uren na een periode van dysenterie, de mensen die het graf delven in de harde grond en de gebedsdienst daar aan de voet van die machtige baobab, komen op in mijn verbeelding en ik ben ontroerd. In 1862 stierven 4 Afrikanen en 5 Europeanen, waaronder ook David Livingstone’s vrouw Mary, die deel uitmaakten van de expeditie. Een zware tol.

Het was koud deze nacht waarin in Nederland de zomer begint. Buffels kwamen in de buurt van onze tenten.

Van Nsanje tot Chiromo is per boor afgelegd. Er is een bootje met buitenboordmotor op dit stuk rivier tot aan de grens met Mozambique. Langs de kant staan de mensen klappend en dansend naar ons te zwaaien. Het is de gebeurtenis van het jaar. Sinds de nieuwe president, Mr. Bingo Mathuraka, aan het bewind is, hebben de mensen weer hoop gekregen. Er wordt veel geïnvesteerd in de landbouw. Eerst het eigen voedsel veilig stellen is het devies. Langs de oevers grote maïsvelden, veel bananenbomen en groenteakkers. Het is nu  winter in Malawi en voorheen werd er niets verbouwd in deze tijd. De president heeft waterpompen en zaaigoed ter beschikking gesteld. De zgn threddle pumps worden met voetkracht aangedreven, een soort spinning maar dan de hele dag door. Een simpele en doeltreffende manier van irrigatie met als gevolg twee oogsten per jaar.

In Nsanje hebben ik bij pater Francis geslapen in een oud kantoor op een plastic matras en waren muskieten mijn kamergenoten. Pater Francis is een rustige man met een scherpe blik en altijd een twinkeling in zijn ogen. Tesamen met zijn landgenoten de malawiaanse katholieke zusters Rosemary en Mary verzorgen zij naast de religieuze taken de wezen en hulpbehoevenden in de omgeving. Hiv- Aids voorlichting en preventie is een van de speerpunten. Counseling een andere. Sinds de start van hun programma 4 jaar geleden laten mensen zich vrijwillig testen op HIV en krijgen zij bij positiviteit ARV’s (aidsremmers) uitgereikt. Sindsdien zijn er opmerkelijk minder begrafenissen zegt Father Francis met die mooie twinkeling in zijn ogen.

Er gebeuren goede dingen in Malawi.

Gisteren, tijdens mijn klautertocht over grote rotsblokken naar de Kapichira falls schreeuwde White Msowoya, mijn gids, met grote angstogen: The water is rising, they opened the doors. (er is een grote waterkracht centrale aan het begin van de Kapichira falls).Het water steeg snel en samen sprongen we van rots naar rots voor ons leven. Je kijkt niet meer hoe diep het water is, schat je kansen in en springt en  glijdt naar de volgend rots . En dan blijft je voet natuurlijk een keer hangen met als gevolg een grote snee  op mijn scheenbeen (en dat is al altijd zo’n gevoelige plek) en de kuitspier verrekt. Met kloppend hart en jagende ademhaling komen we aan de kant. Gevaar voorbij. Pff. Inmiddels blijkt dat maar twee sluizen zijn open gezet en dat we toch iets meer tijd hadden dan we dachten. De veearts die ik tegen kwam in Blantyre had me een hondenspray meegegeven voor scratches en wonden, die je ook wel bij mensen kunt gebruiken zei hij met een grote lach. En die heeft echt geholpen

Vandaag ga ik dus op halve kracht verder maar vol goede moed.


18 juni 2007

17 juni is Ben toch per boot +/-80 km de Shire rivier afgevaren naar Chiromo. Hij heeft de boot kunnen lenen van de lokale
politie. 2 Malawianen en een Engelsman staan hem bij gedurende het eerste deel van de expeditie. Maandag 18 juni heeft Ben
25 kilometer te voet afgelegd richting Lengwe onder begeleiding van een extra Malawiaan die het gebied goed kent. Ben is
positief gestemd en is blij met zijn team.


14 juni 2007

Moni bwenzi.

Over 1 uur daal ik af naar Nsanje (50m boven NAP) onder in de Lower Shire Valley.
De afgelopen dagen heb ik in Blantyre gelogeerd bij Hamiet en Margriet Sacranie.
Twee geweldige mensen met heel veel hart voor alle medemensen.
Margriet is honorair Consul van het Koninkrijk der Nederlanden en runt o.a., buiten haar onbetaalde werkzaamheden voor het
consulaat, een groot wezenvoedingproject rondom Blantyre.
Blantyre is nu een stad waar nagenoeg alles te koop is. Iets mooier dan Heerlen.
Bedelende kinderen, waaraan Margriet steevast een broodje geeft en vraagt naar welke school ze gaan, en dat er opvang is bij
het Samaritan project komen vriendelijk met uitgestoken hand naar je toe gelopen.
Voor iedereen heeft Margriet een goed woord.
Deze dagen zijn we voortdurend op stap geweest om dingen te regelen.
Interview met de Nation (landelijke krant), contacten gelegd met de Malawiaanse televisie, eventuele Malawiaanse sponsoren
benaderd etc.
De tijd sinds mijn aankomst in Malawi is hard nodig geweest om goed voorbereid te vertrekken.
Na een lekker bad (de komende 5 dagen zal daar geen sprake van zijn) ben ik er klaar voor, mijn voeten kriebelen, ik wil beginnen.
Het eerste stuk van Nsanje naar Bangula zal te voet worden afgelegd. Boten zijn er niet beschikbaar om voor een witman
enigszins veilig over de Shire te varen. Daarna zien we wel.
Buiten schijnt de zon en is het 14 graden, Mission, de cook heeft een groot Engels ontbijt op tafel gezet, een soort (voorlopig)
laatste morgenmaal, het belooft een prachtige dag te worden.

Lolani mapazi anu akhale a mphamvu, let your feet be strong, zegt Mission en voegt er hoofdschuddend en met een ietwat
bezorgde blik in zijn grote ogen aan toe:
Yendani bwino e mulungu akudalitseni, safe trip and may God bless you


10 juni 2007

Na een goede, ietwat onwerkelijke nacht breng ik de zondag door in Kambuku lodge in een van de buitenwijken van Lilongwe.
Kloemel wat aan en rond 16.30 uur een wandelingetje door de buurt.
Area 10 is een mooie wijk met prachtige oude bomen en ware het niet dat al de huizen omgeven zijn door een stenen muur
en op elke poort een foto met een vervaarlijke uitziende hondenkop erop hangt, dan was het beslist een gezellige wijk geweest.
Aan de rand begint onmiddellijk het echte Malawi. Over het stoffige pad lopen mensen rustig huiswaarts, alleen de oudere man
met zijn door polio getroffen benen lijkt door zijn hobbelige gang enige haast te hebben.
Op een kruispunt staat een groepje jonge mannen en vrouwen rond een oude doorgesneden olieton die als barbeque dient,
gebakken casava te eten.
Natuurlijk koop ik ook een aantal stukken. Een oude krant dient als frietenzak en enige afdrukken van het plaatselijke nieuws
worden mee verorberd.
Daar waar meer dan twee Malawianen bij elkaar zijn is het altijd gezellig. Ze kletsen, grappen, slaan elkaar in de handen en hun
hoge, schelle lach is tot ver te horen.
Het geeft een bijzonder gevoel.
Als de zon bijna onder is rijden kleine vrachtwagens vol met watchmannen de sjieke wijk binnen. Gehelmde mannen in uniform
en gewapend met mobilofoon en wapenstok nemen bezit van de wijk.
Het donker zal snel vallen en zij dienen de rijken van Lilongwe een goede nachtrust te bezorgen.
Tevreden vind ik mijn weg terug en nadat mr. Jozef, de oude vriendelijke tuinman, de poort ontgrendeld heeft stap ik in de veilige
omgeving van het oude koloniale huis.


9 juni 2007, 09.55 uur

Plotseling sta ik voor het douanehok op Kamuzu International airport in Lilongwe.
Er is geen plek op aarde waar de stempels met zoveel geweld in je paspoort worden geslagen.
Mijn hart lijkt net zo hard te kloppen als het geluid dat de stempelaar maakt.
Al vaak heb ik voor dit loket gestaan, altijd een beetje spannend. Maar nu is het anders. Nog EEN stap en de Livingstone
expeditie gaat werkelijkheid worden. Hoe rustig en zonder twijfel ik al de voorafgaande tijd ben geweest, op dit moment krijg ik
een wee gevoel in mijn buik en slaat mijn hart over.
Alles is vlug geregeld en met de 32 kg handbagage loop ik Malawi binnen en haal mijn overige bagage van de band.


8 juni 2007

Ben de Ponti is begonnen aan zijn Livingstone expeditie. 2 september keert Ben weer huiswaarts.
Gedurende de expeditie kunt u hier de belevenissen van Ben lezen.

De dag na Ben's vertek verscheen er een artikel in de Telegraaf.
Klik hier om deze te lezen.


5 juni 2007

Ben de Ponti wordt geïnterviewd door Radio 2. Op de website staat de volgende omschrijving:

Ben de Ponti treedt in de voetsporen van de ontdekkingsreiziger David Livingstone.
Hij begint aan een voettocht van drie maanden door Malawi.

Beluister de uitzending hier. Het interview begint na 40 minuten.


4 juni 2007

Ben de Ponti is te gast bij het TV programma Limburg Laat op Limburg 1 (L1).

 


3 juni 2007

Ben de Ponti is te gast  bij het radioprogramma De Stemming op Limburg 1 (L1):

De Limburgse tandarts Ben de Ponti gaat in de voetsporen van dr. Livingstone de expeditie naar het binnenland van
Malawi nalopen.
Met deze drie maanden durende tocht wil hij aandacht vragen voor de kwetsbare positie van Malawiaanse kinderen.

       


25 mei 2007

“Ik ga onbevangen en met open vizier dit avontuur aan en laat me verrassen, door het land, de mensen en alles wat er verder op
me afkomt.”

Livingstone Expeditie in het nieuws. Lees het gehele artikel hier.


11 mei 2007

Op 11 mei om 20.00 uur geeft Ben de Ponti een voordracht in de Kloosterbibliotheek Paters Redemptoristen te Wittem.
Bekijk de uitnodiging hier.

Klooster in Wittem


3 mei 2007

Op 3 mei om 19.30 uur geeft Ben de Ponti een voordracht in het Kerkgebouw Kunrade.